huisregels

Hieronder staat een deel van de huishoudelijke regelementen zoals deze staan omschreven in de statuten van de vereniging. Dit is slechts bedoeld ter informatie, dus de tekst is niet rechtsgeldig. De volledige statuten kunnen door leden worden bekeken op de besloten pagina, en door externen worden aangevraagd via info@volkstuinvinkhuizen.nl

Algemeen

Elk lid dient zich te houden aan statuten, reglementen en besluiten van het bestuur.

De controle op naleving berust bij het bestuur en door het bestuur ingestelde commissies.

Een lid mag maximaal 600 m² tuin huren.


Verbodsbepalingen, algemeen

Het is een lid of zijn gasten, niet toegestaan op het complex:

– zodanige handelingen te (laten) verrichten dat het volle genot van anderen beperkt danwel ontnomen wordt.

– al hetgeen op het complex aan de zorg en het toezicht van de vereniging is toevertrouwd, te verontreinigen, beschadigen of vernielen.

– onbevoegd de tuin van een ander te betreden. Men mag alleen van een regulier pad op de tuin van een ander lid gebruik maken voor het halen van water uit de sloot.

– huisdieren, pluimvee of kleinvee te houden of bij zich te hebben.

– afval te deponeren, ook niet op ongebruikte tuinen.

– de sloten, gemeenschappelijke paden of groenstroken te versperren.

– sintels, puin, grind, schelpen en dergelijke op de tuin te gebruiken.

– voertuigen of aanhangers te stallen of parkeren zonder toestemming van het bestuur.

– met een bromfiets de zijpaden te berijden.

– geluidsapparatuur aan te hebben die kan worden gehoord door leden op naburige tuinen.

– te overnachten.

– wiet te verbouwen.

– vervuilde grond of grond afkomstig van wietplantages aan te voeren en te gebruiken.

 

Onderhoud, algemeen

De staat van onderhoud van de tuinen alsmede de opstallen en afscheidingen dient goed te zijn, zulks naar het oordeel van het bestuur of de betreffende commissies.

De gemeenschappelijke paden grenzend aan een tuin dienen door de huurder van die aangrenzende tuin te worden onderhouden en schoongehouden.


Groenstroken en sloten 

De groenstroken en sloten grenzend aan een tuin dienen ook door het betreffende lid vrij en schoon te worden gehouden. De slootwal, het taluud, dient begroeid te blijven. De sloot zelf dient minstens éénmaal per jaar, voor de schouw op 31 oktober, van alle begroeiing te zijn ontdaan.
Langs alle sloten dient een strook van minimaal 0,8 m. vrij te blijven van opstallen, compostbakken, bomen, struiken of andere obstakels die het schoonmaken van de sloot kunnen hinderen. Deze 0,8 m. wordt gerekend vanaf de bovenkant van de slootwal.

Het eerste zijpad, rechts van het hoofdpad, mag over de volle lengte en een breedte van minimaal 1,8 m. niet zijn voorzien van opstallen, erfafscheidingen en beplantingen. Dit vanwege de eronder liggende gasleiding.

Op een tuin dienen alle werkzaamheden te worden toegestaan die het bestuur of de desbetreffende commissie voor de instandhouding of verbetering van het complex danwel de aangrenzende tuin(en) en sloten nodig acht.


Werkplan

Leden dienen minimaal tweemaal per jaar twee uur mee te werken aan het werkplan: gezamenlijke werkzaamheden ten behoeve van onderhoud en verbetering van het complex.

Bestuurs- en commissieleden zijn hiervan vrijgesteld. Het bestuur houdt een lijst bij van leden welke om andere redenen ook vrijgesteld zijn van deelname aan het werkplan.

Voor elke keer dat een lid niet meewerkt aan het werkplan kan hem/haar een geldbedrag in rekening worden gebracht.

 

Opstallen, algemeen

Per tuin mag één berging of gereedschapskist worden geplaatst met een maximaal vloer-oppervlak van 6 m². Op een tuin mogen ook één of meer broeikassen, tunnels of platte bakken geplaatst worden die samen een maximaal vloeroppervlak mogen hebben van 15 % van het oppervlak van de tuin waarop ze staan met een absoluut maximum van 20 m²

Een broeikas mag niet in open verbinding staan met een berging.

Een opstal dient minimaal 1 m. uit de grens van de tuin te staan, afdak en luifel meegerekend.

Een opstal dient minimaal 0,8 m. van een slootrand te staan, gerekend vanaf de bovenkant van de slootwal.

Een opstal mag in elke gewenste kleur worden geschilderd.

 

Vóór men een opstal mag bouwen

Vóór de bouw van een berging, gereedschapskist, kas of tunnel dient bij de  bouwcommissie schriftelijk een vergunning te worden aangevraagd.

Op de aanvraag voor een vergunning dient een tekening van de opstal te worden gemaakt waarbij vermeld zijn: de afmetingen van de opstal en de te gebruiken materialen.Ook moet er een plattegrond van de tuin op staan waarop is aangegeven wáár precies men de opstal wil plaatsen.

Er mag pas met de bouw van een opstal worden begonnen als de aanvraag van de bouwvergunning is goedgekeurd door de bouwcommissie.

Wanneer men bij de bouw alsnog wil afwijken van een goedgekeurde bouwtekening moet dit van tevoren met de bouwcommissie worden overlegd.

Een bestaande opstal die niet aan de huidige eisen voldoet mag alleen vervangen worden door een opstal die wel aan de huidige eisen voldoet.


Berging of gereedschapskist

Een berging of gereedschapskist mag maximaal 2,50 m. hoog zijn, gemeten vanaf het maaiveld.


Broeikas, platte bak of tunnel

Van broeikassen of tunnels mag de hoogte maximaal 2,50 m vanaf het maaiveld bedragen. Van een tunnel dient ieder jaar vóór 1 december het plastic te zijn verwijderd tenzij het weerbestendig is, dit ter beoordeling van de bouwcommissie. Een platte bak mag maximaal een hoogte van 1 m. vanaf het maaiveld hebben.

Tuinafscheiding

Tussen tuinen onderling mag een tuinafscheiding worden geplaatst.

Een tuinafscheiding mag alleen na overleg met en toestemming van de huurder van de aangrenzende tuin worden geplaatst.

De hoogte mag maximaal 0,8 m. vanaf het maaiveld zijn.

De tuinafscheiding dient winddoorlatend te zijn.

De afscheiding mag in elke gewenste kleur worden geschilderd.

Een bestaande tuinafscheiding die niet aan de huidige eisen voldoet mag alleen vervangen worden door een tuinafscheiding die wel aan de huidige eisen voldoet.


Beplanting

Het is niet toegestaan op een tuin beplanting te hebben welke hinder veroorzaakt aan anderen.

Beplanting mag niet over of onder een gemeenschappelijk pad of aangrenzende tuin groeien.

Beplanting die niet voldoet aan de regels dient binnen 2 weken na een mondelinge of schriftelijke opdracht daartoe van de tuincommissie of het bestuur, te worden verwijderd.

Wordt hieraan geen gehoor gegeven dan mag de beplanting door de tuincommissie resp. De huurder van de aangrenzende tuin, worden verwijderd.

Nieuw te planten bomen dienen minimaal 2 m. en nieuw te planten struiken minimaal 0,5 m. uit de grens van de tuin te komen.

Bomen op de tuinen mogen niet hoger zijn dan 3 m.

Om Phytophthora tegen te gaan mogen geen aardappelen worden verbouwd op grond waar de vorige 3 jaren al eens aardappelen hebben gestaan.

Er mag na het oogsten geen aardappelloof op het complex achterblijven. Dit dient direct door het lid te worden afgevoerd.

Beplantingen en de geleidingen die soms nodig zijn om het overeind te houden mogen niet te dicht bij de tuingrens staan: is het hooguit 1,5 meter hoog dan dient een afstand van minstens 0,5 m te worden gehouden, is het hoger dan een afstand van minstens 1 meter.


Milieubepalingen

Ieder lid dient zijn eigen afval af te voeren van het complex.

Het begraven of verbranden van afval is niet toegestaan.

Slootwallen mogen niet met chemische of biologische bestrijdingsmiddelen worden behandeld.

Het in de sloten reinigen of spoelen van spuiten, emmers, gieters e.d. welke zijn gebruikt voor bestrijdings- of gewasbeschermingsmiddelen is niet toegestaan.

Het gebruik van wettelijk verboden en/of door de vereniging niet toegestane bestrijdings- of gewasbeschermingsmiddelen is niet toegestaan.

Op het publicatiebord hangt een lijst van de genoemde middelen.

 

Biologisch gedeelte van het complex

Op sectie IV, het biologische gedeelte, is alleen biologisch tuinieren toegestaan.

 

Beëindiging van de huur van een tuin

Wanneer een lid zijn opstallen, afscheidingen, bestrating, beplantingen e.d. of gedeelten daarvan aan een ander verkoopt of schenkt betekent dat dat de koper of ontvanger dat voor het einde van de tuinhuur, van de betreffende tuin moet verwijderen. Door dergelijke goederen te kopen of ontvangen wordt men niet automatisch de nieuwe huurder van de tuin waarop het zich bevindt.

Het recht op een tuin en alles wat zich daar op bevindt, eindigt op de laatste dag dat de huur voor de betreffende tuin is betaald of, wanneer dat eerder valt, op het moment dat het opzeggingsformulier is ingevuld en ondertekend. Hier kan alleen van worden afgeweken met medeweten en toestemming van de verhuurcommissie of het bestuur.

Het is niet toegestaan om van een ongebruikte tuin opstallen, afscheidingen, bestrating, beplantingen e.d. te verwijderen zonder medeweten en toestemming van de verhuurcommissie of het bestuur. Toestemming van de vorige huurder doet niet ter zake.